Copyright Thera Coppens

www.historisch-toerisme-bureau.nl

 

Vrouwen van Soestdijk    

Uit: Nouveau juli 2006

 

Aan de dijk naar Soest nabij de Eem lag in de zeventiende eeuw een mooie boerenhofstede, waarin een Amsterdamse burgemeester met zijn gezin graag zijn zomervakantie doorbracht. In bijna vierhonderd jaar groeide het huis uit tot een luisterrijk paleis met sierlijke, witte zijvleugels omringd door stijlzuivere landschapstuinen.

Het paleis dat beladen is met zoveel herinneringen, zal in het najaar van 2006 tijdelijk worden opengesteld voor publiek. Thera Coppens die in haar boeken en artikelen veel over Soestdijk publiceerde, stelt u voor aan de vrouwen van Soestdijk.

 

 

Catharina Hooft (1618-1691)

De eerste vrouwe van Soestijk werd door haar ouders beschouwd als een wonderkind. Haar moeder was al eenenveertig jaar en had de hoop op kinderen opgegeven toen ze in 1618 een dochtertje baarde: Catharina Hooft. De trotse ouders lieten haar door de Haarlemse schilder Frans Hals portretteren, waardoor ze wereldberoemd is geworden. Catharina zit lachend op de arm van haar min in een jurkje van goudbrokaat met een kanten muts en manchetten. In haar handje houdt ze een zilveren rammelaar met belletjes, een kostbaar statussymbool waarmee vader Hooft – familie van de Amsterdamse burgemeester C.P. Hooft en van de vermaarde dichter P.C. Hooft van het Muiderslot - zijn rijkdom benadrukte.

Toen deze rijke erfdochter op de huwbare leeftijd was gekomen, liet de negentien jaar oudere weduwnaar en burgmeester van Amsterdam Cornelis de Graeff zijn oog op haar vallen en trouwde haar. Het paar liet zich vorstelijk, ten voeten uit portretteren in deftig zwart met kanten en gouden kettingen. Cornelis de Graeff die op het Stadhuis op de Dam zijn ambt uitoefende, woonde aan de Herengracht (nu nr 216). De meeste patriciërs trokken ’s zomers naar hun buitenplaatsen aan de Vecht, Amstel of in Kennemerland. Maar Cornelis vertoefde graag in een boerenhofstede aan de dijk naar Soest, even onder het dorp Baarn. In 1638 kocht hij daar de hofstede met de omringende landerijen. Aan de ene kant zag hij uit over het weidse polderland van de rivier de Eem, die uitmondt in de Zuiderzee. Aan de nadere kant nodigden de ruige bos- en heidevlakten van het Gooi hem uit om er te wandelen, rijden en jagen.

In 1650 begonnen Cornelis en Catharina met de verbouwing van de boerenhofstede die de allure kreeg van een buitenplaats. Hoe het er precies heeft uitgezien weten we helaas niet zeker. Catharina baarde twee zonen: Pieter en Jacob de Graeff. Toen stadhouder Willem II overleed in 1660 gevolgd door zijn echtgenote, werd haar man een der voogden van de verweesde 10-jarige Willem, het Kind van Staat. Dit prinsje speelde ‘s zomers in het huis aan de dijk naar Soest met Catharina’s zonen. Het stadhouderschap was ‘voor eeuwig’ afgeschaft en de staatsgezindten bezaten de macht.

Schuin aan de overkant - op buitenplaats De Eult - vertoefde ’s zomers de machtige familie Bicker, Catharina’s zwager en schoonzuster met hun vier dochters, van wie de op een na de jongste trouwde met Catharina’s neef raadspensionaris Jan de Witt. De stemming was er uiterst anti-Oranje gezindt; ze zorgden er met zijn allen wel voor, dat het Kind van Staat niet op de voorgrond trad.

Maar in het Rampjaar (1672) veranderde het hele staatsbestel: de inmiddels 21-jarige Oranjeprins trad uit de schaduw, ontpopte zich tot een groot militair die de Franse vijand versloeg. Hij werd verheven tot Stadhouder Willem III. Nu gooide Catharina Hooft, sinds 1664 weduwe, het politieke roer om. Evenals haar zonen werd ze Oranjegezind. Om de prins van Oranje te paaien boden ze hun hofstede aan de dijk naar Soest voor een prikje te koop aan. Willem III die verzot was op de jacht, wilde er een jachtslot van maken. Hij werd voor slechts 18.755 gulden eigenaar van de fraaie hofstede met de omringende landerijen. Catharina Hooft overleefde haar echtgenoot dertig jaar. Op haar mooie Soestdijk kwam ze echter nooit meer.

 

 

 

Mary Stuart (1662-1695)

De tweede vrouwe van Soestdijk was een koningsdochter: Mary Stuart, nicht van de Engelse koning Karel II die op 15-jarige leeftijd was uitgehuwelijkt aan haar neef Willem III van Oranje Nassau. Toen zij over de drempel stapte, had Soestdijk een grondige verbouwing ondergaan. Onder leiding van de Haagse architect Maurits Post was het bakstenen huis van de familie de Graeff verbreed door de aanbouw van twee zijvleugels, die in het verlengde van het hoofdgebouw lagen. Aan de achterzijde bevond zich nu een T- vormige tuinzaal, die aan drie zijden uitzicht bood over ‘de groene zaal’ ofwel de tuin. Mary was dol op tuinieren en kon zich hier uitleven. De Staten van Utrecht hadden prins Willem III de heerlijkheden Soest, Ter Eem en Eemnes geschonken, waardoor het domein aanzienlijk was uitgebreid. De Oranjeprinses leed aanvankelijk onder heimwee naar Engeland maar op Soestdijk bloeide ze op. Ze wandelde met de bejaarde Constantijn Huygens door de tuinen, ze kweekte met Hans Willem Bentinck exotische gewassen zoals lathyrus, geranium en oranjeboompjes in kuipen. Ze verzamelde in haar kabinetten Chinees porselein en genoot van de fonteinen en parterres de broderie. Ook na de bouw van Het Loo bleef Mary graag op Soestdijk komen.

Toen William en Mary koningin van Engeland werden, was Mary gedwongen in Londen te resideren. En nu was het haar heimwee naar Holland en vooral naar Soestdijk dat aan haar knaagde. Bij haar dood in 1694 schreef de koning over Mary aan zijn vriend Hans Willem Bentinck: ‘Zij had geen enkel gebrek. Niemand kan weten, behalve ikzelf, hoe goed zij was.’ 

 

 

Marie Louise van Hessen Kassel (1688-1765)

De derde vrouwe van Soestdijk was een Duitse prinses, Marie Louise van Hessen Kassel. Na de dood van de kinderloze Engelse koning (1702) ging de nalatenschap inclusief Soestdijk naar diens 14-jarige neef van Willem, de Friese Stadhouder Johan Willem Friso. Deze prins trouwde met Marie Louise van Hessen Kassel, die hem in Leeuwarden een dochter schonk. Toen ze hoogzwanger was van haar tweede kind verdronk haar man in het Hollands Diep (1711). Enkele weken later bracht de weduwe een zoon ter wereld die natuurlijk Willem werd genoemd.

De staatsgezindten hadden in 1702 het stadhouderschap opnieuw afgeschaft. Ze hielden alles wat Oranje of Nassau heette op een flinke afstand.en stonden niet toe dat de prinses, die in Friesland Maaike Meu werd genoemd, in Den Haag kwam. Maar ze konden  haar moeilijk verbieden de zomer met haar kinderen op het erfgoed Soestdijk door te brengen. Het huis had lang leeg gestaan en zag er tamelijk vervallen uit. Maaike Meu liet het hier en daar vertimmeren en verplaatste de rommelige en stinkende stallen naar het voorplein. Ze wijdde al haar dagen aan de opvoeding van haar troetelkind Willem. Toen hij in de zomer tijdens de vakantie op Soestdijk vijf jaar werd, schonk ze hem een paardje waarop hij door de tuinen reed. Daar gebeurde een afschuwelijk ongeluk: prins Willem viel uit het zadel en verwondde zijn rug, waardoor hij als een gebochelde opgroeide.

Maaike Meu ging niettemin op zoek naar een voorname bruid, want ze had de hoop op eerherstel van het Huis van Oranje nog niet opgegeven. Ze slaagde er in hem uit te huwelijken aan de Engelse koningsdochter Anna van Hannover, die zich niets van zijn bochel aantrok. Ze schonk hem twee kinderen: prinses Carolina en prins Willem. Kort daarop volgde het eerherstel der Oranjes en kon de mismaakte zoon van Maaike Meu met zijn jonge gezin als Stadhouder Willem IV zijn intocht houden in Den Haag.

 

 

 

Anna van Hannover (1709-1759)

De vierde vrouwe van Soestdijk was opnieuw een Engelse koningsdochter. Ze was klein en gezet en had een door pokken geschonden gezicht. In Londen kreeg ze muzieklessen van Händel, wiens beste leerlinge ze was. Vergeleken bij de schitterende Engelse paleizen als Hampton Court en St. Jamespalace was Paleis Soestdijk natuurlijk maar een bekrompen zomerhuisje. Ze maakte een arrogante indruk. Vooral voor haar Duitse schoonmoeder Maaike Meu was het bijzonder sneu dat prinses Anna op haar neerkeek. De prinses douairière bleef alleen in Leeuwarden achter. In het gezin van Willem IV heerste een warme, liefdevolle sfeer. Prinses Carolina erfde de muzikale aanleg en humor van haar moeder en maakte grapjes over de lakeien. Groot was het verdriet toen de gebochelde Willm IV op 40-jarige leeftijd overleed. Zijn drie jaar oude zoon volgde hem op als Stadhouder Willem V. Anna van Hannover werd als regentes aangesteld. ‘De Gouvernante’ zoals men haar noemde, vertoefde ’s zomers langdurig op Soestdijk. Ze breidde het landgoed uit door de aankoop van De Eult (1758) aan de Grande Allée die richting Eem liep. Ze was dol op vijvers en liet er drie graven. Ze wandelde door het mooie sterrenbos, de berceaux (= loofgang) en over slingerpaden. Ze plaatste er een modieuze Turkse tent om er thee in te drinken. Haar zoon Willem V ontpopte zich als een echte verzamelaar: schelpen, mineralen en opgezette dieren bracht hij bijeen in De Eult. Hij verdiepte zich steeds in details en bleek als student aan de nabije universiteit van Utrecht geen uitblinker. Hij was vriendelijk maar beschikte over weinig daadkracht. De Gouvernante heeft zijn huwelijk niet meer kunnen meemaken. Ze overleed in 1759.

 

 

Wilhelmina van Pruisen (1751-1820)            

De vijfde vrouwe van Soestdijk  was de dochter van de koning van Pruisen, ze heette Wilhelmina en was negentien jaar toen ze aan de twee jaar jongere Stadhouder Willem V werd uitgehuwelijkt (1767). Willem had zijn bruid tot kort voor het huwelijk nooit gezien en was stomverbaasd over haar schoonheid: ‘Oh, dat had ik niet verwacht,’ zei hij plompverloren toen hij aan haar werd voorgesteld. Op weg van Berlijn naar Den Haag verbleef het paar op Soestdijk waar een uitbundige ‘blijde incomste’ plaatsvond. Ten gevolge van de politieke spanningen kwamen Wilhelmina en Willem V met hun drie kinderen niet vaak op Soestdijk. Het paleis werd tot woede van de Oranjeprinses in de zomer van 1787 door een legertje patriotten uit Utrecht aangevallen. Er vielen doden en gewonden in haar voortuin! Ze riep de militaire hulp in van haar broer, de koning van pruisen. Maar het mocht niet baten; in 1795 vluchtte Willem V met zijn vrouw en kinderen naar Engeland. Het was de laatste stadhouder uit het Huis van Oranje.

Pas in 1813 keerde zijn oudste zoon terug om tot Soeverein Vorst te worden verheven. Hij woonde in Den Haag en kwam nooit op Soestdijk dat in de Franse tijd dienst had gedaan als herberg en als dierentuin van koning Lodewijk Napoleon. De regering besloot het oude jachtslot van Willem III grondig te laten verbouwen voor de kroonprins, die een schitterend huwelijk sloot met groothertogin Anna Pavlovna.

 

 

Anna Pavlovna (1795-1865)

De zesde vrouwe van Soestdijk was de jongste zuster van tsaar Alexander I. Rusland had veel geleden onder de Napoleontische oorlog. Toen Willem erfprins van Oranje Nassau in 1815 naast Wellington bij Waterloo over Napoléon triomfeerde, werd hij geëerd als de Held van Waterloo. De tsaar vond het een eer hem de hand van zijn zuster Anna Pavlovna te schenken. Anna kwam uit een gezin van tien kinderen, die allemaal verknocht waren aan elkaar en aan hun moeder tsarina Maria Fjodorovna. Na de bruiloft in het reusachtige Winterpaleis te Sint Petersburg nam ze onder veel tranen afscheid van haar familie en belandde in een krap paleisje op de Kneuterdijk in Den Haag. Maar het volk had een verrassing voor de erfprins en zijn jonge vrouw. Het oude jachtslot Soestdijk was grondig verbouwd tot een luxe paleis in de toen zo modieuze style neo-Grèque. En dat is het Paleis Soestdijk zoals wij het kennen.

In de witte zijvleugels kwamen zuilengalerijen met aan het einde witte paviljoens, het corps de logis  werd getooid met een belvédère en aan het eind van de Grande Allée – nu Koningslaan – verrees de Naald van Waterloo, een Egyptische obelisk waarop in vier talen de heldendaden van prins Willem stonden gebeiteld. Het paleis werd omringd door schitterende Engelse landschapstuinen met vijvers en een oranjerie. Anna Pavlovna was op slag verliefd op het empire-paleis dat haar erg deed denken aan Pavlovsk, waarin ze als kind de zomers doorbracht. Ze bracht op Soestdijk twee van haar vier kinderen ter wereld: Willem en Alexander. Toen haar man tot koning Willem II werd ingehuldigd was hij vaak van huis; ze zat hem bij Soestdijk altijd verlangend maar ook argwanend op te wachten. De uitbundige koning gaf te veel geld uit, maakte speelschulden, dronk en had minstens twee buitenechtelijke kinderen. De dood van haar man deed Anna echter al zijn slechte eigenschappen vergeten. Ze maakte van Soestdijk een museum van de Slag bij Waterloo waarin ze haar held postuum verheerlijkte. Centraal stond het enorme schilderij van Pieneman. Ze bewaarde elk militair souvenir van de koning, tot de botsplinters die na een verwonding uit zijn arm werden verwijderd aan toe. Haar zalen vulden zich met kostbaar meubilair voorzien van gepolijst gesteente uit de Oeral: malachiet en lapis lazuli. In het voormalig jachthuisje van haar zoon richtte ze een Russisch orthodoxe kapel in, waarin Russische priesters de gebeden zongen. Anna woonde als weduwe nog vijftien jaar op Soestdijk. Ze liet het paleis na aan haar jongste zoon; prins Hendrik, bijgenaamd ‘De Zeevaarder’.

 

 

Amalia van Saksen Weimar (1830 - 1872) en Marie van Pruisen (1855-1888)

De zevende en de achtste vrouwen van Soestdijk waren de eerste en de tweede echtgenotes van prins Hendrik bijgenaamd ‘De Zeevaarder’ stadhouder van Luxemburg. Amalia bleef kinderloos en na haar dood hing de dynastie van het Huis van Oranje aan een zijden draadje. Om te zorgen voor opvolgers hertrouwde 61-jarige koning Willem III – die eveneens weduwnaar was - met de 22-jarige Emma van Waldeck Pyrmont en zijn 58-jarige broer prins Hendrik met de 23-jarige Maria van Pruisen. Een jaar na dit huwelijk overleed prins Hendrik kinderloos en erfde zijn broer Paleis Soestdijk.

 

 

Emma van Waldeck Pyrmont ( 1858-1934)

De negende vrouwe van Soestdijk was een tengere, maar o zo taaie dame aan wie we de redding van de Oranjedynastie te danken hebben. Ze baarde de oude koning Willem III een prinsesje, dat hem op 18-jarige leeftijd opvolgde als Koningin Wilhemina. Koningin –moeder Emma herstelde ook het aanzien van ons vorstenhuis door haar ferme en verstandige optreden. Na de inhuldiging van haar dochter trok ze zich terug op Soestdijk waar ze vijfendertig zomer heeft doorgebracht.   

 

Juliana van Oranje Nassau (1909 – 2004)

De tiende en laatste vrouwe van Soestdijk was prinses Juliana, enig kind van koningin Wilhelmina en prins Hendrik van Mecklenburg. Als peuter kwam ze vaak op Soestdijk bij haar grootmoeder Emma, die met een lange kanten sluier op het hoofd onder een parasol in de tuin zat voor te lezen. In de nabije Soester duinen mocht ze op een afgezet duintje met haar emmer en schepje spelen. Als Emma jarig was ging ze op het bordes zitten, recht tegenover de lange Koningslaan met de Naald van Waterloo. Dan kwamen de bewoners van de omringende dorpen haar een bloemenhulde brengen. Dit défilé maakte zo’n indruk op prinses Juliana dat ze er later, als koningin, een traditie van maakte. In 1934 overleed Emma. Een paar jaar later trouwde Juliana met prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld en het paar nam zijn intrek op Paleis Soestdijk. In de tijd van Emma was er al gas, elektriciteit en een waterleiding aangelegd en het paar breidde het comfort uit met o.m. een bioscoopzaal, een zwembad en tennisbanen. Juliana voedde er haar vier dochters op. Omdat ze bijna altijd alleen was, woonde ze in de rechtervleugel, die sober was ingericht. De Waterloozaal werd alleen gebruikt als er voorname gasten kwamen. Prinses Juliana overleed diep betreurd in 2004 en toen ook prins Bernhard kort daarna was gestorven, werden de luiken van Soestdijk voorgoed gesloten. Toen bleek dat geen van de leden van het Koninklijk Huis het paleis zou gaan bewonen.

 

Het schitterende paleis dat met zijn half cirkelvormige vleugels en stijlzuivere tuinen, Koningslaan en Naald van Waterloo een uniek geheel vormt, kan wedijveren met de mooiste empirepaleizen in Europa. Het paleis behoort tot ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed en is beladen met herinneringen aan belangrijke momenten uit onze vaderlandse geschiedenis.

Binnenkort zal het paleis tijdelijk voor het publiek worden opengesteld. Maar om de schoonheid en herinneringen ook in de toekomst te behoeden voor vergetelheid is het van groot belang dat we waakzaam blijven; alleen een aanvaardbaar bestemmingsplan van Paleis Soestdijk verdient de steun van het hele Nederlandse volk.

 

Thera Coppens