www.historisch-toerisme-bureau.nl
De vergeten koningin van Holland
Uit: Nouveau oktober 2006
Door Thera Coppens
‘Geloof je dat men ons naar Holland wil sturen? Ik kan er niet aan denken zonder dat de tranen in mijn ogen springen,’ schreef Hortense de Beauharnais aan haar broer. Maar haar lot was al beslist. Keizer Napoleon creëerde het koninkrijk Holland en verhief zijn broer Louis Bonaparte en diens gemalin Hortense tot koning en koningin van Holland. In juni 1806 hielden ze met de beide prinsjes hun intocht in Den Haag en installeerden zich in Huis ten Bosch. Vier jaar lang van, 1806 tot 1810, was Hortense la reine de Hollande. Aan Lodewijk Napoleon en het Koninkrijk Holland wijdt Paleis Het Loo vanaf 14 oktober een grote tentoonstelling. Koningin Hortense speelt daarin een bescheiden rol; de vorstin bracht in totaal slechts zeven ongelukkige maanden in ons land door. In 1810 vluchtte ze vanuit Het Loo in overspannen toestand voorgoed naar haar moeder Joséphine de Beauharnais in Frankrijk. Geen koningin is zozeer belasterd als Hortense, die voor een lichtzinnige vrouw werd gehouden. Wie was ze werkelijk? Thera Coppens schreef het boek ‘Hortense de vergeten koningin van Holland’ waarin haar ware aard onthuld wordt.
Hortense die in 1783 in Parijs werd geboren, bracht met haar moeder markiezin de Beauharnais haar kleuterjaren door bij haar grande-mère op de suikerplantage van Martinique. Bij het uitbreken van de slavenopstand vluchtten ze naar Parijs en belandden in de hel van de Franse Revolutie. Hortenses vader verloor het hoofd onder de guillotine en haar moeder zat in de gevangenis te wachten op haar doodvonnis. Met haar broertje Eugène zwierf Hortense in doodsangst door de Parijse straten. Maar toen keerde het politieke getij: haar moeder werd vrijgelaten. De nu straatarme weduwe was rijk gezegend met charme en schoonheid; ze verwierf vrienden in de hoogste kringen en veroverde het hart van een Corsicaans militair: Napoleon Bonaparte. Zonder haar kinderen op de hoogte te stellen trouwde de 32-jarige weduwe Joséphine de Beauharnais met de 28-jarige Napoleon. Hortense had een hekel aan haar stiefvader en dat liet ze merken ook. Maar hij nam van zijn veldtocht uit Italië parfums, horloges en juwelen voor haar mee en schreef haar: ‘Ik zal voor jullie voelen als een vader en jullie zullen van mij houden als van je beste vriend.’
Terwijl Napoleons ster als een komeet steeg, leidde Joséphine een bijna vorstelijk bestaan aan de zijde van de Eerste Consul. Hortense werd naar het meisjespensionaat van Mme Campan gestuurd. De directrice erkende direct de grote talenten die er in het beminnelijke meisje scholen: ze blonk uit in musiceren en zingen. Ze danste sierlijk en onbevangen en werd de beste leerlinge van de schilder Jean Baptiste Isabey. Bovendien was ze een uitstekend actrice.. Haar moeder kocht in de nabijheid van het pensionaat Château de Malmaison. Met haar verfijnde smaak en alle indrukken die ze tijdens haar reis met Napoleon door het klassieke Italië had opgedaan, richtte ze haar buitenplaats in met extravagante elementen: romeinse zuilen, Egytische sfinxen, obelisken en griffioenen. Ze liet tuinen en vijvers aanleggen. In grote kassen kweekte ze tropische gewassen. Er verrees ook een theater bij haar kasteel. De levenslustige Hortense oogstte daar haar eerste successen. Napoleon voelde zich na een week van intensieve arbeid gelukkig op Malmaison waar Joséphine en Hortense hem amuseerden. In hun witte, dunne japonnen, het haar met een lint opbonden a la Grèque leken ze op Popejaanse fresco’s. Er was maar een ding dat aan Napoleons geluk ontbrak: een zoon. Joséphine bleek onvruchtbaar en haar positie werd bedreigd. Door Hortense uit te huwelijk aan Louis Bonaparte, de jongere broer van Napoleon, leek het gevaar afgewend. Het was geen gelukkige bruiloft; Hortense en Louis voelden niets voor elkaar. Hortense vervulde echter de liefste wens van haar moeder en baarde negen maanden na het huwelijk een zoon: Napoleon Charles die tot erfgenaam en opvolger van Napoleon werd benoemd. In 1804 kwam haar tweede kind ter wereld: Napoleon Louis. Kort daarna kroonde Napoleon zich tijdens een luisterrijke plechtigheid in de Notre Dame tot keizer van Frankrijk. Hortense keek met de kleine kroonprins aan haar hand toe, hoe haar moeder knielde om gekroond te worden tot keizerin.
Napoleon breidde zijn macht in Europa uit. Louis Bonaparte en Hortense werden tot koning en koningin van Holland verheven en vertrokken in 1806 naar Den Haag. Ze werden met veel enthousiasme verwelkomd. In Rotterdam spanden hun onderdanen de paarden uit en trokken de koets zelf voort: ‘Deze vreugde die geleek op razernij deed koude rillingen over mijn rug lopen,’ schreef Hortense in haar mémoires. Haar huwelijk met de sombere, wispelturige en jaloerse koning Lodewijk bleek een ramp. In april 1807 kreeg de kroonprins kroep. De koningin zat aan zijn bedje in Huis ten Bosch: ‘De angst nam bezit van mij. Ik riep de Hemel aan. Ik smeekte om gerechtigheid. ‘Mijn kind zal niet sterven,’ zei ik steeds, ‘wat heb ik misdaan? Waarom wil Hij me straffen?’
Toen het prinsje
overleed stortte Hortense in en moest naar haar moeder in Frankrijk worden
gebracht. Na verloop van tijd voegde de koning zich bij haar. In hun
gezamenlijke rouw volgde er een korte verzoening. Negen maanden later hoorde
koning Lodewijk in Amsterdam dat zijn vrouw in Parijs bevallen was van haar
derde zoon: Louis Napoleon. Hij weigerde echter feest te vieren en ontkende
het vaderschap. De rusteloze Lodewijk liet in de Wittevrouwenstraat in Utrecht
een nieuw koninklijk paleis bouwen. Nauwelijks was het kostelijk gemeubileerd
of hij besloot van Amsterdam de hoofdstad te maken en het oude Stadhuis op de
Dam te verbouwen tot koninklijk paleis. Tevergeefs commandeerde hij in zijn
brieven Hortense naar Holland te komen. Maar Hortense vreesde dat haar zwakke
kinderen in het gure klimaat eveneens zouden overlijden. Bovendien moest ze
haar moeder troosten, van wie Napoleon zich tenslotte toch liet scheiden.

In april 1810 keerde Hortense op bevel van de keizer terug naar haar koninkrijk. Na een verblijf in Utrecht vertrok ze op Tweede Paasdag naar de hoofdstad. De Amsterdammers zagen nieuwsgierig uit naar de komst van de frivole vorstin over wie zoveel praatjes de ronde deden. Bij het zien van de bleke, magere Hortense was men stomverbaasd: ‘Reine misérable!’ hoorde ze op straat roepen: ‘Onze arme koningin!’ Het kille, Koninklijk Paleis op de Dam vergeleek ze met het paleis van de inquisitie. De koning negeerde haar volkomen en hield haar zoon bij haar weg. ‘Daar zit ik nu in Amsterdam,‘ schreef ze aan haar vriendin in Parijs, ‘volstrekt alleen. Als ik hier eens zou sterven, verstoken van verzorging en genegenheid! Ik hoef maar in de spiegel te kijken om te beseffen dat de dood nabij is.’ Na enige weken was ze er zo slecht aan toe, dat Lodewijk haar wel moest toestaan om naar Het Loo te vertrekken vanwaar ze naar haar moeder in Frankrijk ontsnapte. Om nooit meer terug te keren. Met het koninkrijk Holland was het spoedig gedaan: in Paviljoen Welgelegen in Haarlem tekende koning Lodewijk zijn troonsafstand en vertrok ’s nachts met onbekende bestemming.
Na de Slag bij Waterloo en de verbanning van Napoleon moest Hortense in 1815 op straffe des doods met haar kinderen Frankrijk verlaten. Ze vond een ballingsoord in Slot Arenenberg aan de Bodensee. Daar ontplooide ze al haar politieke en creatieve talenten. De al bijna legendarische reine de la Hollande ontving er de grootste kunstenaars van haar tijd als Chateaubriand, Alexandre Dumas, Lord Byron en Franz Liszt. In 1837 is ze daar diep betreurd overleden. Volgens haar laatste wens werd ze in Frankrijk naast de witte tombe van haar moeder keizerin Joséphine begraven. Haar jongste zoon werd later keizer van het Tweede Keizerrijk en besteeg als Napoleon III de troon. Om zijn moeder te eren koos hij een van haar composities van la reine de Hollande als nationale hymne.
