Copyright Thera Coppens
Sophie van Oranje Nassau, Goethe's erfgename
Aan Sopie van Oranje Nassau (1824-1897), wier literair werk mondiale betekenis kreeg, wordt in ons land nauwelijks aandacht besteed. Ze werd in 1824 geboren als dochter van koning Willem II en Anna Paulowna. Haar drie broers kroonprins Willem, Alexander en Hendrik kregen een gedegen opvoeding. Maar Sophie bleef tot haar tiende jaar op Soestdijk vrijwel verstoken van onderwijs.
Later haalde ze dit gemis in, hoewel het haar levenslang bleef storen dat ze geen goede opleiding had gehad.
Haar literaire passie deelde ze met haar neef Carl Alexander van Saksen-Weimar met wie zij in 1842 in het huwelijk trad. Weimar heeft veel aan dit echtpaar te danken: Sophie liet de Wartburg restaureren, stichtte de Kunsthalle, nam zanglessen van haar hofdirigent Franz Liszt, maakte van Jena weer een bloeiende universiteitsstad en onthulde in 1857 -in bijzijn van hun huisvriend H.C.
Andersen- het bekende standbeeld van Goethe en Schiller, dat het boegbeeld van Weimar als cultuurstad is geworden.
De Oranjefamilie in Den Haag toonde haar weinig respect. Koningin Sophie schreef in een brief over haar schoonzuster in Weimar: 'Dat kleine, vette propje is in één woord afschuwelijk, ze ruikt zo vies uit haar mond, men kan beter niet in haar buurt komen.'
Toen de drie broers van Sophie van Sachsen-Weimar in 1889 waren overleden, werd de 10-jarige prinses Wilhelmina koningin. Bij mogelijk overlijden zou kroonprinses Sophie de troon van Nederland moeten bestijgen. Zover is het niet gekomen. In haar boek 'Eenzaam maar niet alleen' schreef Wilhelmina over Sophie: 'Tante had bijzondere gaven en was begiftigd met een scherp en groot verstand.' Sophie, die vier kinderen ter wereld bracht, overleed in 1897. In 1919 werd Weimar uitgeroepen tot Republiek en moest haar kleinzoon de stad en al zijn bezittingen achterlaten. Na de val van de muur begonnen de nazaten van Sophie een juridische procedure om hun familiebezittingen uit het voormalige Oost-Duitsland terug te krijgen. Aangezien het Goethe-Schiller archief tot de persoonlijke bezittingen van Sophie behoort, kan dit nog tot opzienbarende
resultaten leiden.