Copyright Thera Coppens
Raadsel rond de Rechtvaardige Rechters in 2002 opgelost?
In de nacht van 10 op 11 april 1934 werd uit de
Sint-Baafskathedraal in Gent een paneel uit het linker zijluik van het retabel
De aanbidding van het Lam Gods door Jan en Hubert van Eyck gestolen. Hoewel de
Belgische justitie maandenlang met de dader over het losgeld correspondeerde en
deze de helft van de buit - het paneel met een grisaille van Sint Jan - als
bewijs terugbezorgde, is de misdaad nooit opgelost.
En juist in 2002, nu Europa's culturele hoofdstad Brugge pronkt met een adembenemende tentoonstelling 'De eeuw van Van Eyck. De Vlaamse primitieven en het Zuiden 1430-1530', raakt Vlaanderen in de ban van een mysterieuze website waarop de maker beweert dat hij weet waar het gestolen paneel van Van Eyck zich bevindt.

Het is bepaald niet de eerste keer dat een speurneus met deze mededeling komt. Telkens als de zaak gesloten lijkt duikt het Lam Gods als een tweede monster van Loch Ness in het nieuws op om voor spanning en sensatie te zorgen. Er worden wetenschappelijke bewijzen aan de hand van nieuwe onderzoeken beloofd. Na verloop van tijd hoor je er niets meer over. Dit keer wordt de zaak anders aangepakt. De maker van de website bestookt Vlaanderen al maanden met onbekende feiten rond de kunstroof. 'De ontknoping nadert!' belooft hij.
Toen ik voor het eerst van de website hoorde reageerde ik
verontwaardigd. Met Jan van Eyck (ca 1390-1441) - wiens magistrale portret van
de Man met Blauwe Kaproen momenteel op alle reclameborden van Brugge 2002 te
zien is - speel je geen computerspelletjes!
Hij was de eerste grote schilder van de Lage Landen die met zijn gloedvolle
kleuren en realistische portretten de kunst leven inblies. Aan zijn Aanbidding
van het Lam Gods worden bijna mystieke kwaliteiten toegeschreven. Sinds zijn
paneel van de Rechtvaardigde Rechters uit het linkerluik van het Lam Gods werd
gestolen, blijft Vlaanderen er geschokt en verdrietig over. Zelfs de dader
besefte dit. In de dertien afpersingsbrieven die hij tussen mei en oktober 1934
schreef, toont hij respect voor Van Eyck. Hij noemt het luik 'het meest kostbare
voorwerp ter wereld' en vindt de één miljoen frank losgeld die hij eist een
'naar verhouding klein commissieloon'.
Verleden jaar las ik met rode oortjes een nieuwe, aannemelijke
theorie over de kunstroof in het boek 'Het geheim van de Rechtvaardige Rechters:
een koningsgeschenk'. De auteur is Chris Noppe, een politieagent in het
Antwerpse diamantkwartier. Hij heeft de hele zenuwslopende correspondentie
tussen de dader en justitie er in opgenomen. Na vijf brieven vraag je je af:
waarom heeft de politie hem nou nog niet te pakken? Waarom zetten ze geen val?
En dan, op 25 november 1934 komt onverwachts de ontknoping.
Tijdens de arrondissementsvergadering van de Katholieke Volkspartij in
Dendermonde voert ene Arséne Goedertier een verward politiek betoog. Na een
matig applaus verlaat hij het podium en voelt zich plotseling onwel. Een arts
laat hem naar het huis van zijn zwager op de Vlasmarkt brengen. Arséne die
stervend op een matras ligt, bekent een bevriende advocaat dat hij het luik van
het Lam Gods heeft gestolen en als enige weet waar het zich bevindt. Hij
verwijst naar brieven in de rechterlade van zijn bureau. Voor hij meer kan
fluisteren blaast hij de laatste adem uit. Kopieën van de afpersingsbrieven
komen uit de lade te voorschijn. Ook tekeningen van de bergplaats met cijfers en
cryptische aanwijzingen liggen er in. Maar het is allemaal zo raadselachtig dat
geen mens er een touw aan kon vastknopen.
Politieman Noppe komt in zijn boek tot een macabere conclusie: het paneel met de
Rechtvaardige Rechters is zeker verstopt onder de doodskist van koning Albert I,
die in februari 1934 om het leven kwam. Voor een man als Arséne Goedertier is de
daad niet ondenkbaar; hij verafgoodde zijn vorst evenzeer als Van Eyck. Hun
vereniging in de dood past in zijn verziekte denkpatroon. Is de Belgische koning
Albert II na het lezen van het boek met koningin Paola afgedaald in de crypte
van zijn voorouders te Laken om de zaak te onderzoeken? Heeft hij in de
lichtbundel van zijn zaklantaarn daar méér aangetroffen dan de stoffelijke
resten van zijn grootvader? De koning zwijgt er over als het graf. Noppe kan
helaas niets bewijzen.
De maker van de website die zich zozeer met de dader heeft
geïdentificeerd dat hij schrijft in diens onuitstaanbaar beleefde stijl en zijn
brieven ondertekent met Arséne G, belooft dat hij de bergplaats in 2002 bekend
zal maken en pas daarna een volledig verslag en analyse van de zaak op de site
zal zetten. Tot die tijd kunnen de lezers de afpersingsbrieven bestuderen en hem
vragen stellen, die hij netjes beantwoordt. Hij verrast de bezoekers van de site
van tijd tot tijd met verrassende feiten en beelden. Zo verscheen er in bijdrage
48 een mij volstrekt onbekende foto die op 29 mei 1934 was genomen. Een
politieagent sjouwt daarop een groot pakket uit het Brusselse Noordstation, dat
hij op aanwijzingen van de dader bij het depot ophaalde. In het pak bevindt zich
- zoals later zou blijken - inderdaad het netjes in wasdoek verpakte paneel van
Sint Jan. Wie heeft die foto genomen? Hoe komt Arséne G. er aan?
Arséne G. geeft daarop geen antwoord. Hij rekt de zaak en voert de spanning op alsof het een goedkoop feuilleton is. Daarmee verliest hij dagelijks aan geloofwaardigheid en sympathie. Als hij inderdaad de sleutel tot het raadsel heeft gevonden, behoort hij dat direct bekend te maken. Men zal de Rechtvaardige Rechters behoedzaam uit zijn bergplaats tevoorschijn halen waar het nu al achtenzestig jaar op ontdekking wacht. Arséne G. moet zich realiseren dat hij dan kan rekenen op roem en een omhelzing van de hele kunstwereld. Ik hoop er bij te zijn als het paneel in triomf wordt teruggebracht naar het Lam Gods.
Adres van 1934-2002 Het Lam Gods en de Rechtvaardige Rechters: http://dua.host4all.be
Thera Coppens