Copyright Thera Coppens
Een piekfijn kerstengeltje
Meneer de Piek ligt alleen in
een langwerpig doosje tussen vloeipapier. Hij is zilverkleurig en er zitten
glitters op zijn buik.
'Bijna kerstfeest jongens!' zegt een blauwe kerstboombal een doosje verderop.
'Hoi, hoi, hoi!' roepen drie andere ballen. 'We hebben lang genoeg in het
vloeipapier gelegen. Straks mogen we lekker weer in de boom hangen!'
'Stilte!' zegt Meneer de Piek streng. 'Denk aan de kerststemming.'

De vier kerstboomballen, die met zijn allen in één doos liggen, brommen: 'Nou,
wij willen van je gloria in de hoge, hoge tak.'
In een oude plastic zak van de Hema begint het te kraken. Daar klinkt het
stemmetje van een kerstengeltje: 'Komen ze ons halen? Het is hier zo donker.
Zien jullie al iets?'
Meneer de Piek, die heel duur was en daarom helemaal boven in de doos met
kerstversiering ligt, zegt: 'Nee. En het maakt voor jou toch geen verschil. Jij
mag dit jaar niet meer in de boom hangen. Zelfs niet onderaan. Jij bent te oud
en te lelijk.'
De kerstengel kruipt op handen en voeten uit de zak: 'Oud? Ben ik te oud? Ben ik
te lelijk?'
'Jazeker, je zou de hele boom ontsieren met je verwarde haren en je gekreukte
jurk en je kromme ijzerdraadbenen.'
Het kerstengeljte wordt vuurrood van schrik: 'Is het waar?' vraagt ze aan een
denneappel. Maar de denneappel zegt niks. Hij droomt van het bos en de rest
vindt hij onzin.
'Is het waar? Ben ik echt te lelijk?' vraagt het kerstengeltje aan een zilveren
vogeltje met witte nylon staartveren.
'Vogels vind ik mooier,' zingt het vogeltje. 'Vogels vind ik mooier dan
engelen.'
'Is het waar? Ben ik lelijk?' vraagt het kerstengeltje aan een glazen
kerstklokje.
'Nou,' klingelt het kerstklokje, 'weet je wat het met jou is? Je klingelt niet.
En wat ben je dan waard? Voor mij niks.' En het klokje klingelt nog een paar
keer om te laten horen hoe goed hij het kan.
Het kerstengeltje voelt zich heel ongelukkig. Ze strijkt met haar hand de witte
jurk glad. Had ze nou maar een kammetje of een borstel. Haar ijzerdraadbenen
zijn krom, dat is waar.
Ze gaan naar een doos van wit karton en klopt op het deksel: 'Is hier iemand die
sterk is? Iemand die mijn ijzerdraadjes recht kan buigen?'
Heel langzaam en dreigend gaat het deksel open. Er ligt een reusachtige, dikke,
glanzende kerstboombal in. Hij zegt niets. Het kerstengeltje kijkt naar hem en
haar ogen worden groot van schrik. Want in de kerstboombal ziet ze zichzelf
weerspeigeld. Wat is ze lelik! Wat een malle bolle wangen, wat een gekke
piekharen, wat een brede lelijke mond! En dan die kromme beentjes ...
Snikkend gaat ze tussen de kerstlinten zitten. Nu begrijpt ze wel dat ze met
Kerstmis niet in de boom zal mogen hangen. De kerstboomballen en de denneappel
en het zilveren vogeltje, het kerstklokje en natuurlijk Meneer de Piek zullen
straks naar beneden worden gedragen naar de huiskamer. Waar het licht is en waar
de kaarsen branden. Waar de denneboom staat die zo heerlijk ruikt. En waar de
kinderen komen zingen.
Misschien gooien ze hun oude, lelijke kerstengel wel in de afvalbak!
Ze rilt en vouwt haar vleugels dicht om zich heen. Niemand mag haar zien. Ze
bederft vast de kerststemming.
'Attentie, attentie!' klinkt de deftige stem van Meneer de Piek. 'Daar komen ze.
Stilte in het vloeipapier astublieft.'
Stil liggen de kerstspullen te wachten. Ze horen voetstappen de zoldertrap op
komen. Zware voetstappen en lichte voetstappen.
Iemand stoot zijn hoofd aan een balk: 'Au! Ik kan de voet van de boom nit vinden
... pak jij vast de kerstversiering ... '
Een jongen van zes jaar pakt de doos en schuift hem over de planken naar het
zolderluik.
'Je hoeft niet alles mee naar beneden te nemen,' zegt zijn vader, 'dan wordt de
boom veel te vol. Laat die oude boel maar hier.'
'Maar mijn kerstengeljte moet erbij zijn ...' zegt de jongen. Hij begint in de
doos te rommelen.
Het kerstengeltje heeft alles gehoord. Ze kruipt nog verder weg tussen het rode
kerstlint. De jongen mag haar niet zien! Hij mag niet zien hoe oud en lelijk ze
is geworden. Ze wil nog liever op zolder blijven dan in de afvalbak worden
gegooid.
'Ha...' zucht de vader, 'eindelijk heb ik de kerstboomvoet gevonden. Neem jij
maar het belangrijkste mee: de piek, een paar ballen en wat slingers. Dat is
genoeg.'
'Zie je wel dat ík het belangrijkste ben,' fluistert Meneer de Piek, deftig
uitgestrekt in zijn doos. Wat glimmen zijn glitters weer verrukkelijk. Hij is
trots op zichzelf.
'Ik zie mijn engeltje niet!' jammert de jongen. 'Ze hoort erbij! Ik heb haar van
Opa gekregen.'
Hi steekt zijn hand diep in de doos en trekt aan de plastic zak.
'Hela! Voorz...' Meneer de Piek kan zijn laatste woord niet afmaken. De jongen
trekt het doosje ondersteboven en de piek rolt eruit. Pets! Op de zoldervloer
breekt hij in duizend kleine zilveren scherven. Het was een heel deftig petsje.
Maar wat heb je daaraan als je volgende plaats de afvalbak zal zijn?
'Ik heb haar gevonden!' roept de jongen. Hij houdt het kerstengeltje stralend
omhoog.
'Ja, maar je hebt de piek gebroken. Wat moet er nou op de top van de boom
staan?'
Vader gaat een stoffer en blik halen en veegt de scherven mopperend bij elkaar.
Dan lopen ze samen naar beneden met de dozen.
Een uur later is de kerstboom
prachtig versierd. De vier kerstboomballen glimmen van plezier en de denneappel
schommelt dromerig. Het vogeltje hangt vlak bij een kaarsje, dat hij heel mooi
vindt. Maar een kaarsje is natuurlijk niet zo mooi als een vogeltje.
Diep tussen de donkere naalden glinsteren de zilveren slingers. Het kerstklokje
klingelt van plezier.
Toch ziet de boom er kaal uit, zo zonder piek.
'Is mijn kerstengeltje al klaar?' vraagt de jongen.
Zijn moeder knikt. Ze heeft het jurkje van het engeltje gestreken. Het haar zit
weer glad naar achteren en ze draagt een nieuw gouden kransje op het hoofd: 'Ze
ziet er weer piekfijn uit!'
Dat brengt de jongen opeens op een goed idee en hij roept: 'Dan mag het
kerstengeltje de piek zijn!'
Hij klimt op een stoel en zet haar op de top van de boom. Voorzichtig buigt hij
haar ijzerdraadbeentjes om het groen. Zo zit het kerstengeltje lekker stevig!
De jongen kijkt met zijn vader en moeder tevreden omhoog. Wat staat Opa's
kerstengeltje daar mooi! Ze lacht ondeugend want ze denkt aan de opschepperige
Meneer de Piek. Nu moet hij de kerstdagen in de afvalbak doorbrengen.
Alle kerstversieringen zijn blij met het kerstengeltje op de top. 'Je stat daar
piek- en piek- en piekfijn!' zeggen de glimmende kerstboomballen en ze lachen
tot ze bijna barsten.
