Copyright Thera Coppens 2007

www.historisch-toerisme-bureau.nl

 

 

Museum David en Alice van Buuren

 

Door welke labyrinten van gebeurtenissen bereiken we soms onverwachte schoonheid?

Voor ons begon de ontdekking van het unieke Museum David en Alice van Buuren jaren geleden voor de etalage van een brocante in een Vlaams stadje. Mijn man zag tussen stoffige voorwerpen een schilderij waarop een naakte vrouw in het gras lag, zichtbaar van haar stenen voetstuk gevallen dat nog de resten van haar ketenen toonde. Een surrealistisch tafereel. Hij stapte naar binnen en kocht het voor een paar duizend Belgische franken. 

 

Nadat het doek thuis was schoongemaakt verdiepten we ons in de signatuur. In de sombere tinten van het gras stond: Van de Woestyne. Dat het geen werk kon zijn van Gustave van de Woestyne zagen we direct. De Vlaamse opkoper dacht meer aan Maxime van de Woestyne, die een neef of een zoon zou zijn van de schilder, misschien wel een verwant van de dichter Karel van de Woestyne? We maakten ons er toen niet druk over. Het raadselachtige naakt werd ingelijst en boven ons bed gehangen en ze begon de sfeer van de hele kamer te bepalen.

Het Google - tijdperk had nog niet zijn intrede gedaan en ik moest bij toeval lezen, dat de schilder Maxime van de Woestyne (geb. 1911) inderdaad een zoon was van Gustave, de grote meester van de eerste Latemse school. De vader zou Maxime als kind aan de eettafel hebben geportretteerd. Dit schilderij bevond zich in Ukkel in het huis van David en Alice van Buuren, een museum dat toen nog zeer beperkt toegankelijk was voor bezoekers.

Het duurde nog jaren voordat op internet de site van het museum David en Alice van Buuren met de openingstijden van huis en tuinen verscheen. Bij ons eerstvolgende verblijf in de Belgische hoofdstad namen we een middag vrij om Maxime, de schilder van ons schilderij op het schilderij te gaan bekijken.

 

Het was een snikhete lentedag. In het centrum van Brussel stapten we op een bus en daarna op een tram richting Ukkel. Afgeleid door de sierlijke art nouveau panden die ons met hun venstervormen en smeedwerk steeds verder lokten, verdwaalden we en zagen half Ukkel voorbij komen. Mijn man (Wim Hazeu, auteur van ‘M.C.Escher, een biografie’ red.) vertelde opgetogen over de graficus M.C. Escher, die jarenlang met zijn gezin in Ukkel gewoond heeft en er zijn beroemdste werk Metamorphose schiep. Toen we eindelijk de Avenue Léo Errera bereikten waarin zich het huis van David en Alice van Buuren moest bevinden, leken we weer verdwaald. Kon zich achter de groene hagen van deze ingeslapen villawijk een museum bevinden? Op nummer 41 een hek en de namen van het echtpaar Van Buuren. Een tuinpad. Een huis. Een voordeur. Typisch Amsterdamse School ca 1925 net als de mij zo vertrouwde huizen in Amsterdam-Zuid. Bij de kaartverkoop in de hal moesten we plastic sokken over onze schoenen aandoen. Zou die Alice van Buuren haar gasten ook zo ontvangen hebben? Door de gekleurde glas-in-loodglazen van de voordeur stroomde plotseling een rijke, warme gloed. Voor ons bood een geopende deur zicht op een salon waarvan het meubilair, de beelden en een schilderij aan een verre wand zuiver op elkaar afgestemd waren. Dichterbij komend herkenden we het portret van een herder met diepzwarte muts als een werk van Gustave van de Woestyne. De schatkamer van de art deco had zich voor ons geopend.

 

 

Om het huis, de tuinen en de fabelachtige collectie van het echtpaar Van Buuren te begrijpen moeten we naar het jaar 1909: de 23-jarige David van Buuren uit Gouda verlaat Holland en begint in Brussel als bankier aan een bliksemcarrière. Als welgestelde jup avant la lettre trouwt hij met de Antwerpse Alice Piette, een secretaresse van de bank. Van het begin af aan verzamelen ze kunst en David ontpopt zich als mecenas van o.a. Gustave van de Woestyne, die een indringend portret van hem maakt. David heeft een droom: hij wil een villa laten bouwen in de groene rand van Brussel. Een villa om luxueus in te wonen, zijn gasten te ontvangen en zijn groeiende kunstcollectie in onder te brengen. Huis en tuin moeten in harmonie verrijzen, geen detail van het interieur wordt aan het toeval overgelaten. David en Alice leven in de tijd van De Stijl, de Amsterdamse School en Bauhaus waarin kunst en ambacht geacht worden een eenheid te vormen. Ze laten zich inspireren door grote Franse, Duitse, Amerikaanse, Belgische en Hollandse ontwerpers zonder hun eigen smaak ondergeschikt aan hen te maken. Het echtpaar bezoekt Studio Dominique voor Art en Décoration in Parijs, de toonaangevende ontwerper van de twintiger jaren. Dominique krijgt opdracht een aantal woonvertrekken van het huis in Ukkel in te richten maar David voert de regie. Hij nodigt de Belgen Wynants en Van der Borght uit om de eetkamer en de slaapkamers te ontwerpen. De Hollander J. Gidding tekent patronen voor de tapijten met hun warme kleurschakeringen, plafondlampen voor de eetkamer en de prachtige glas-in-lood-vensters. Léon Cachet – de eerste die glazen meubelen schiep - ontwerpt o.m. de wandversiering en meubelbekleding.

Alice kiest met zorg bestek, glaswerk en tafelservies waarop alle invitaties en menuontwerpen worden afgestemd. Aan haar eettafel ontvangt ze de elite van het interbellum. In haar haute couture creaties van hun huisvriend Christiaan Dior, besproeid met Arpège het verleidelijke parfum van de art deco, is ze aan de zijde van David het toonbeeld van gastvrijheid. Na het diner wordt in de muziekzaal de vleugel bespeeld, die ooit toebehoorde aan Erik Satie. Op mooie zomeravonden gaat het gezelschap de tuinen in met hun rozen en borders, kleine cascades en bowling green.

 

Het hoogtepunt van een bezoek aan de Van Buurens vormt de kunstcollectie, die de bezoeker onthutst door zijn schoonheid en waarde. David bestelde bij zijn levenslange vriend Gustave van de Woestyne zes stillevens voor zijn eetkamer. Ook in andere kamers zijn topwerken van deze kunstenaar te vinden. Ze geven met hun goudgele tinten en warme schaduwen gloed aan het interieur. Deze stemming zet zich voort in de werken van zijn befaamde Belgische tijdgenoten als Gustave de Smet, Floris Jespers, Constant Permeke, Léon Spillaert en Rik Wouters. Het echtpaar Van Buuren verwierf ook uit vroegere eeuwen schilderijen en tekeningen. De bergrivier door Hercules Seghers past met zijn herfstige hemel wondermooi in de werkkamer van de bankier. Achter het fraaie bureau – door hem zelf ontworpen – hangt een Maagd met Kind  door Joos van Cleve naast een mandje met Drie perziken door Fantin-Latour. Het Kerkinterieur van Pieter Saenredam sluit zich bij dit stilleven aan. Rembrandt, Van Gogh en Patenier mochten niet in de verzameling ontbreken.

De kamers op de bovenverdieping zien uit op de tuinen. Toen David na een huwelijk van ruim dertig jaren overleed, breidde zijn weduwe de collectie en het grondgebied van het huis uit. Op een dag vertelde ze haar tuinarchitect R. Pechère dat ze had gedroomd van een labyrint. Samen werkten ze de gedachte uit. Nu ligt achter de pittoreske tuin met zijn rozen een originele dwaaltuin. De gewone doolhoven hebben meestal een wensboom in het centrum. Maar de slingerende groene gangen van het labyrint van Van Buuren leiden naar bronzen sculpturen die fragmenten uit het hooglied bezingen.

Het labyrint van koning Midas en de val van Icarus vormt ook de dramatische thematiek van het 16de eeuwse paneel in de z.g. cosy corner van het huis. David kocht het schilderij als een authentiek werk van Pieter Bruegel de Oude. Volgens velen overtrof het de schoonheid van het vrijwel identieke, op doek geschilderde exemplaar in het Brusselse Museum voor Schone Kunsten. Na de dood van de verzamelaar heeft dendrochronologisch onderzoek echter uitgewezen, dat het werk op hout uit 1583 is geschilderd. Het kan dus niet van de hand van Bruegel de Oude zijn, die in 1569 overleed. De hoge kwaliteit doet vermoeden dat diens zoon Pieter II Bruegel het meesterwerk van zijn vader kopieerde.

 

 

Na een uitvoerig bezoek aan het huis en de tuinen stonden we in de hal om het trappenhuis van glanzend Braziliaans palissander door Dominique en het bronzen trapbeeld van G. Minne te bewonderen. Aan de muur hangt een groot doek van Gustave van de Woestyne. Mijn man en ik keken verrast omhoog: hier bereikten we het doel van onze dwaaltocht. Op het schilderij zijn in vogelvluchtperspectief de vijf kinderen van de schilder aan de maaltijd geportretteerd. Het jongetje aan het hoofdeinde die  met zijn blauwe ogen dromerig over de rand van zijn bordje kijkt is Maxime van de Woestyne. Tientallen jaren later zou hij ons surrealistische naakt schilderen. We danken hem in stilte voor zijn unieke schilderij en omdat hij ons via vreemde labyrinthen de weg wees naar een onvergetelijk mooi museum in Ukkel.

 

Thera Coppens

 

Lees voor het bezoek www.museumvanbuuren.com. Huis en tuinen zijn dagelijks (behalve op dinsdag) van 14.00 tot 17.30 uur geopend.