Een rode markiezin op een
neo-gotisch buitenverblijf
Nog geen tien kilometer ten zuiden van de drukke hoofdstad Brussel ontvouwt
zich het luie Pajottenland. Met zijn groeneheuvels, lentebloesems en kleine
boerderijen doet het denken aan de decors van de Vlaamse primitieven. Midden in
deze heerlijkheid ligt het kasteel van Gaasbeek, vol met kunstschatten.
Dat het op kastelen kan spoken
vindt men in het Britse koninkrijk heel aannemelijk. In Engeland is zelfs een
serieuze gids voor haunted houses uitgegeven. Maar op het vasteland blijft men
liever met beide benen op de grond; er is hooguit sprake van wat legendevorming
rond bepaalde kastelen. Maar wie door de met donker eikenhout betimmerde
interieurs van Kasteel Gaasbeek dwaalt, bekruipt van tijd tot tijd het gevoel,
dat het er wel degelijk spookt. Het is niet eens Lamoraal van Egmond, de
vroegere Heer van Gaasbeek, die in 1568 op het Brusselse schavot werd onthoofd,
wiens geest hier lijkt rond te waren. Sterker en geheimzinniger voel je de
aanwezigheid van Marie Peyrat, Markiezin van Arconati Visconti, de laatste
bewoonster van Kasteel Gaasbeek, die het huis tussen 1887 en 1898 ingrijpend
liet verbouwen en decoreren. In de bibliotheek hangt een foto van haar,
waarschijnlijk in 1873 genomen, kort na haar huwelijk met Markies Giammartino
Arconati Visconti. Ze leunt daarop dromerig tegen een tafel, bijna bezwijkend
onder haar weelderige 'queu de Paris'. In dezelfde ruimte ligt een gipsafgietsel
van haar linkerhand in een met fluweel en zijde beklede doos. De markiezin was
anti-clericaal, uiterst links en een fel voorstandster van sociale gelijkheid.
Toch op immateriële zaken te richten; afgezonderd van trouwde ze een puissant
rijk edelman en gaf kapitalen uit aan haar liefste bezit: Kasteel Gaasbeek. Een
vrouw vol tegenstrijdigheden, die ons een kasteel vol kunst heeft nagelaten.
zonderling
Wie over de Egmonddreef naar het kasteel Peyrat, Arconati Visconti..., het
klinkt ver en wandelt, kan zich meteen verlustigen aan de mooie contouren van
torens en transen. Het kasteel is omgeven door een diepe, droge gracht. De
monumentale toegang, geflankeerd door twee ronde torens, werd op last van Marie
Peyrat op een zestiende-eeuwse onderbouw gemetseld. Door de poort komt men op de
'cour', omgetoverd tot een Italiaanse binnentuin in renaissance-stijl met
buxushagen en een uit Frans steen gebeeldhouwde fontein. In het ongeveer 42 ha.
grote kasteelpark zijn lanen aangelegd die de namen dragen van vroegere
kasteelheren. Ze leiden naar romantische bestemmingen zoals het lustpaviljoen,
de Sint-Gertudiskapel en de triomfboog, een bakstenen follie, die Paul Arconati
Visconti uit verering voor Napoleon in 1803 liet optrekken. Met het toenemen der
jaren begon de excentrieke markies zich steeds meer op immateriële zaken te
richten; afgezonderd van de wereld leefde hij in enkele verwaarloosde
kasteelvertrekken en bereidde zich voor op de dood, door van tijd tot tijd in
een open doodskist te mediteren. Hij was niet de enige zonderling van de
familie.
Peyrat, Arconati Visconti..., het klinkt ver en vreemd. Maar van oorsprong behoorde het uit de dertiende eeuw stammende Kasteel Gaasbeek tot de Nederlanden en de vroegste bewoners speelden een belangrijke rol in de vaderlandse geschiedenis. Tijdens de rondleiding klinken er verrassend vertrouwde namen. Op de wanden van de neo-gotische ridderzaal, gelegen in de ronde hoektoeren van de eerste verdieping is het verhaal van de vroegste Heren van Gaasbeek geschilderd door Victor Lagye (1825 - 1891) en Charle Albert (1825 - 1889) uit Brussel. We komen er onder anderen Jacob van Abcoude tegen, stammend uit een jongere tak van de familie Van Zuylen. De Van Abcoudes, gunstelingen van de graven van Holland, bezaten niet alleen Gaasbeek maar ook Abcoude, Wijk bij Duurstede en gebieden in de Neder-Sticht. Jacob stond Gaasbeek af aan zijn achterneef, een telg uit het bekende geslacht Van Horne. De ridderslag van Filips van Horne (1450) is theatraal in beeld gebracht, evenals de overwinning van Vliesridder Lamoraal van Egmond in de Slag bij Grevelingen (1558). De ridderzaal, een schepping van Marie Peyrat, is geïnspireerd op die van het Franse Chateau Pierrefonds, waar Viollet-le-Duc de restauraties leidde.

Daardoor doet de stijl denken aan de neo-gotische interieurs van Pierre Cuypers, een leerling en bewonderaar van de Franse bouwmeester. Niet alle zalen zijn door de neo-gotische dweepzucht aangetast. Vooral in de reeks kleinere vertrekken, die de hoektorens met elkaar verbinden, is de sfeer van de vroege renaissance bewaard gebleven. Dat komt vooral door de rijke collectie Vlaamse wandtapijten. De wand van de eerste zaal is behangen met een Doorniks tapijt uit het atelier van Amould Poissonier (ca. 1525). Het is een levendige voorstelling van Het Zigeunerkamp. Dit tapijt maakt deel uit van een serie. De drie andere exemplaren hangen in de volgende zalen. De ware liefhebbers van wandtapijten zullen op de drempel van de schemerige gotische kamer hun adem inhouden: het Brusselse Tapijt met de vijftig personages is doorweven met goud- en zilverdraad en doet de diepe plooien van de overwegend blauwe gewaden schitteren in het schaarse licht.
neo-gotisch
Kasteel Gaasbeek is niet
alleen beroemd om zijn collectie wandtapijten. Op vaak onopvallende plaatsen
komen we befaamde kunstwerken tegen, zoals het portret van Maria, hertogin van
Bourgondië (anoniem ca. 1480) dat boven de schouw van de gotische kamer is
gehangen. Naast het hemelbed van Marie Peyrat bevindt zich het wondermooie
albasten reliëf van de kleinzoon van de Bourgondische hertogin, Karel V en diens
bruid Isabella, dat waarschijnlijk door Jehan Mone is vervaardigd. De keizer
legt zijn arm om Isabella's schouder en zij biedt hem haar hart aan. Van Karels
zuster Eleonora bezit Gaasbeek een olieverfportret, dat waarschijnlijk door Joos
van Cleve (ca .1485-1540/1) op paneel werd geschilderd. Hun beider grootmoeder,
koningin Isabella van Castilië, is op het kasteel aanwezig in de vorm van een
vijftiendeeeuwse zilveren portretbuste, ingelegd met edelstenen. Naast deze en
andere kunstschatten die betrekking hebben op het Habsburgse Huis, is het
kasteel rijk aan unieke objecten, die in elke zaal voor nieuwe verrassingen
zorgen: medailles en penningen, middeleeuws houtsnijwerk, geïllumineerde
handschriften, ivoor en antieke meubelen. In een erker van de ridderzaal staat
een zeldzaam astronomisch uurwerk, dat Georg Kostenbader in 1588 in verguld
brons uitvoerde. Het instrument draagt op de voorkant een astrolabium, op de
achterkant het planetenstelsel en op de overige twee zijden een heiligenkalender
en de verschillende jaartellingen. Het is een wonder van vernuft en kunstzin. In
de vitrines van de Archiefzaal liggen oude documenten, waaronder het
huwelijkscontract en het testament van Peter Paul Rubens. Doordat Alexander
Louis Scockaert Heer van Gaasbeek in de achttiende eeuw huwde met een
achterkleindochter van de beroemde Vlaamse schilder, zijn deze stukken in het
bezit van Gaasbeek gekomen. Uit de familie van Rubens stamt waarschijnlijk ook
het schilderij De toren van Babel door Maarten van Valckenborch (1535-1612).
Bezoekers uit het
noorden van het land kunnen hun hart ophalen aan
de ontheemde gestalten van Schelte en Sjouck van
Liauckema, die in 1546 werden geschilderd. Sinds
de laatste restauratie van de portretten worden ze
toegeschreven aan Jan van Scorel (1495-1562).
Marie Peyrat was dertig jaar toen ze als Markiezin
Arconati Visconti haar intrede deed in Kasteel
Gaasbeek. Volgens eigen zeggen bezat ze tot op de
dag van haar huwelijk maar één jurk en één paar
schoenen. Haar vader bekleedde een uiterst linkse
zetel in de Assembléé National te Parijs. Ze had zijn
republikeinse ideeën overgenomen en koos als lijfspreuk: 'Le cIéricalisme, voilà l'ennemi'. Haar
huwelijk met Giammartino Arconati Visconti
duurde slechts twee jaar en twee maanden. De pas
36-jarige graaf liet haar achter met een onmetelijk
fortuin. De weduwe opende nu een politieke salon,
waarvan de links radicale Gambetta de spil werd.
Ze gaf schatten uit aan de verbouwing van Kasteel
Gaasbeek maar besteedde ook kapitalen aan de
oprichting van stichtingen, prijzen, en donaties. Ze
schonk het Louvre een hele collectie middeleeuws houtsnijwerk, die in de
speciale Arconati Viscontizaal werd geëxposeerd. Bij sociale instellingen
stroomde haar geld binnen. Van haar Italiaanse
domeinen ontdeed ze zich snel, maar Gaasbeek was haar te lief. Haar mooiste
bezittingen en herinneringen vonden een plaats in het droomkasteel,
waarin ze meestal in de herfst verbleef. Tijdens de
Eerste Wereldoorlog raakte de republikeinse
markiezin diep onder de indruk van het optreden
van koning Albert. Haar besluit stond vast: na haar
dood moest de koning van België eigenaar worden
van Kasteel Gaasbeek. Maar Albert deinsde terug
voor de hoge onderhouds- en beveiligingskosten en
stelde haar voor het kasteel aan de Staat te
schenken. De Staat koesterde dezelfde bezwaren.
De bejaarde Marie Peyrat ontstak in woede en
dreigde alle kunstschatten op de Franse veiling te
gooien. Door tussenkomst van de koning kreeg de
Markiezin haar zin. Ze overleed op 3 mei 1923,
tweeëntachtig jaar oud. Kasteel Gaasbeek is na
recent restauratiewerk weer opengesteld voor het publiek. En het is of Marie
Peyrat tussen de wandtapijten en schilderijen aanwezig blijft om toezicht
te houden op de kunstschatten, wier schoonheid ze
met het volk uit alle sociale lagen wilde delen.